Zware overtredingen en onsportief gedrag: wanneer is het direct een uitsluiting?
Wie het gevaar voor een tegenstander negeert, krijgt direct een tijdelijke uitsluiting. Is de gezondheid van de tegenstander in gevaar, dan is het rood, en bij een meedogenloze actie rood met een schriftelijk rapport. Een doelverdediger die uitkomt en frontaal op een aanvaller botst, krijgt rood. Onsportief gedrag kent vier zwaartes. En rood dat in de laatste 30 seconden een schot verhindert, geeft een 7-meterworp.
De ladder boven de waarschuwing
Les 8 van de cursus ging over de onderkant: de vrije worp en de waarschuwing als de actie op het lichaam is gericht. Deze les gaat over alles daarboven, van licht naar zwaar. De worp is bij al deze overtredingen een vrije worp voor de tegenstander, of een 7-meterworp als een vrije doelkans is verhinderd. Alleen waar het anders is staat het erbij. Gebeurt het terwijl de bal niet in het spel is, dan gaat het spel verder met de worp die bij die onderbreking hoort. De laatste 30 seconden zijn de uitzondering. Wat een tijdelijke uitsluiting en een diskwalificatie voor het team betekenen lees je in les 13 van de cursus.
Direct een tijdelijke uitsluiting
Sommige overtredingen zijn direct een tijdelijke uitsluiting, ook zonder eerdere waarschuwing. Het gaat vooral om overtredingen waarbij de speler geen rekening houdt met het gevaar voor zijn tegenstander. Het regelboek geeft zes voorbeelden. Je weegt ze altijd met de vier criteria uit les 8 van de cursus.
- een overtreding met hoge intensiteit, of tegen een tegenstander die op volle snelheid is;
- een tegenstander lang vasthouden, neerdrukken of naar de grond trekken;
- een overtreding tegen hoofd, keel of nek;
- hard slaan tegen de romp of de werparm;
- proberen een tegenstander uit balans te brengen, bijvoorbeeld door het been of de voet van een springende speler te grijpen. Brengt dat zijn gezondheid in gevaar, dan is het een diskwalificatie;
- met grote snelheid tegen een tegenstander aanlopen of aanspringen.
Vergelijk dat met les 8 van de cursus. Kort vasthouden is een vrije worp en vasthouden met effect een waarschuwing. Lang vasthouden of neertrekken is direct een tijdelijke uitsluiting.
Diskwalificatie: de gezondheid in gevaar
Brengt een speler met zijn overtreding de gezondheid van een tegenstander in gevaar, dan volgt een diskwalificatie. Dat gevaar komt uit twee hoeken: de overtreding is zeer intensief, of de tegenstander is er totaal niet op voorbereid en kan zich niet beschermen.
Het regelboek zegt erbij dat ook een overtreding met weinig contact een zware blessure kan veroorzaken. Dat gebeurt als de tegenstander in de loop of de sprong zit en zich niet kan beschermen. Dan bepaalt het gevaar de straf en niet de kracht van het contact. Een tikje tegen de voet van een springende speler kan dus een diskwalificatie zijn.
De doelverdediger die uitkomt
Een doelverdediger die het doelgebied verlaat om een bal te vangen die voor een tegenstander bedoeld is moet zorgen dat er geen gevaarlijke situatie ontstaat. Botst hij frontaal op de tegenstander, dan volgt een diskwalificatie, of hij de bal nu wel of niet pakt. Zijn de scheidsrechters ervan overtuigd dat de tegenstander zonder die actie de bal had bereikt, dan komt er een 7-meterworp bij. De diskwalificatie geldt niet als de doelverdediger in dezelfde richting loopt als de tegenstander. Ze geldt ook niet als de bal tussen hen in ligt en de aanvaller die erachteraan loopt de botsing kan voorkomen.
Diskwalificatie met schriftelijk rapport
Beoordelen de scheidsrechters een actie als meedogenloos, bijzonder gevaarlijk, opzettelijk of kwaadaardig, dan volgt de diskwalificatie en schrijven zij na de wedstrijd een schriftelijk rapport. Een aanwijzing voor zo'n actie is dat hij in geen verhouding staat tot de spelsituatie, bijvoorbeeld ver van de bal of zonder tactisch doel. Bij een diskwalificatie met rapport toont de scheidsrechter na de rode kaart ook de blauwe kaart en licht hij de teamverantwoordelijke direct in.
Onsportief gedrag in vier zwaartes
Onsportief gedrag is alles wat een speler of official zegt of doet en wat niet past bij de geest van de sport. Dat geldt binnen en buiten het veld. Het regelboek kent vier niveaus. Het lichtste onsportieve gedrag krijgt een progressieve straf en ernstiger gedrag direct een tijdelijke uitsluiting. Op zeer onsportief gedrag volgt een diskwalificatie, en op uiterst onsportief gedrag een diskwalificatie met een schriftelijk rapport.
Niveau 1: progressief
- protesteren tegen een beslissing, of met woorden of gebaren een beslissing proberen uit te lokken;
- een tegenstander of medespeler storen met woorden of bewegingen, of schreeuwen om hem in verwarring te brengen;
- een worp van de tegenstander vertragen door de voorgeschreven afstand niet te houden of op een andere manier;
- de scheidsrechters misleiden door uitlokken of overdrijven om een time-out of een onverdiende straf voor de tegenstander te krijgen;
- met de voet of het onderbeen actief een schot of pass tegenhouden door je lichaam groter te maken. Een zuivere reflex zoals de benen sluiten blijft onbestraft;
- om tactische redenen herhaald het doelgebied betreden.
Niveau 2: direct een tijdelijke uitsluiting
- luid protesteren met veel misbaar, of provocerend gedrag;
- na een beslissing tegen je team de bal niet direct laten vallen of neerleggen;
- een tegenstander hinderen bij het pakken van een bal die in de wisselzone ligt;
- een vrij schot tegen het hoofd van de doelverdediger, ook bij een 7-meterworp;
- een vrije worp na het eindsignaal tegen het hoofd van een verdediger die zijn hoofd niet beweegt;
- duidelijk de onderbenen of voeten spreiden of optillen om een pass of schot te blokkeren, met duidelijke invloed op het spel;
- actief voorkomen dat de tegenstander een worp kan nemen door te dicht bij de werper te staan of door een andere overtreding;
- simuleren met weinig of geen contact om een onderbreking of een straf voor de tegenstander te krijgen;
- als teamofficial van buiten het veld per ongeluk het spel onderbreken door de bal of een speler te raken.
Bij de bal tegen het hoofd van de doelverdediger gelden vier voorwaarden. Er staat geen verdediger tussen werper en doelverdediger en het hoofd is het eerste contact met de bal. De doelverdediger beweegt zijn hoofd niet naar de bal en hij doet niet alsof. Doet hij wel alsof, bijvoorbeeld na een bal op de borst, dan krijgt hij zelf een tijdelijke uitsluiting wegens simulatie. De werper blijft bij elke worp verantwoordelijk om de doelverdediger niet in gevaar te brengen.
Het lege doel: zes gevallen
Een team kan zonder doelverdediger spelen en de bal verliezen. Gaat een veldspeler dan het eigen doelgebied in om er voordeel uit te halen, dan krijgt hij een progressieve straf. Bij een schot op het lege doel hangt de beslissing af van wie de bal blokkeert of vangt en van de volgorde.
| Wie | Wat gebeurt er | Beslissing |
|---|---|---|
| veldspeler | vangt de bal buiten het doelgebied en betreedt daarna het doelgebied | vrije worp, geen straf |
| veldspeler | springt op, vangt de bal in de lucht en landt met de bal in het doelgebied | 7-meterworp en tijdelijke uitsluiting |
| veldspeler | betreedt het doelgebied voordat hij de bal heeft aangeraakt | 7-meterworp en tijdelijke uitsluiting |
| doelverdediger | vangt de bal buiten het doelgebied en betreedt daarna het doelgebied | vrije worp, geen straf |
| doelverdediger | betreedt het doelgebied en raakt de bal terwijl een deel van zijn lichaam nog buiten het doelgebied is | 7-meterworp, geen straf |
| doelverdediger | springt op, vangt de bal in de lucht en landt met de bal in het doelgebied | 7-meterworp, geen straf |
Een tijdelijke uitsluiting krijgt alleen de veldspeler, want een doelverdediger mag in het doelgebied zijn.
Niveau 3: diskwalificatie
- de bal na een beslissing van de scheidsrechters demonstratief weggooien of wegslaan;
- als doelverdediger demonstratief weigeren een 7-meterworp te proberen te stoppen;
- tijdens een onderbreking de bal opzettelijk tegen een tegenstander gooien. Hard en van heel dichtbij kan dit ook een meedogenloze actie met rapport zijn;
- een wraakactie na een overtreding van een tegenstander;
- spugen dat niemand raakt.
Niveau 4: diskwalificatie met schriftelijk rapport
- beledigend of dreigend gedrag tegen wie dan ook, met woorden, mimiek, gebaren, lichaamstaal of lichamelijk contact. Ook spugen dat raak is valt hieronder;
- een teamofficial die tijdens een vrije doelkans van de tegenstander het speeloppervlak op komt. Hier komt een 7-meterworp bij;
- een speler die als extra speler het veld op komt of vanuit de wisselzone ingrijpt en zo een vrije doelkans verhindert. Ook hier komt een 7-meterworp bij.
Hoe je de rode en de blauwe kaart laat zien lees je in les 13 van de cursus.
De laatste 30 seconden
In de laatste 30 seconden van de reguliere speeltijd en van elke verlenging maakt het regelboek de straf zwaarder. Dat geldt ook voor een overtreding precies op het eindsignaal.
De bal is niet in het spel
De tegenstander heeft een worp. Een speler of teamofficial verhindert of vertraagt die worp om een schot op doel of een vrije doelkans te voorkomen. Je geeft die speler of official een diskwalificatie en de tegenstander een 7-meterworp. Dat geldt ook bij hinderen met weinig fysieke actie, zoals een pass onderscheppen, het vangen storen of de bal niet loslaten. Staat een speler alleen te dicht bij de werper zonder de worp actief te verstoren, dan blijft hij onbestraft. Blokt hij vanaf die plek de worp of onderschept hij de pass, dan volgt de straf wel.
De bal is in het spel
Een speler maakt een overtreding die de gezondheid in gevaar brengt of meedogenloos is. Het kan ook gaan om zeer of uiterst onsportief gedrag, of een official grijpt in. Daardoor kan het team in balbezit niet schieten of krijgt het geen vrije doelkans. Je geeft een diskwalificatie en een 7-meterworp. Scoort het team in balbezit nog voordat je hebt gefloten, dan vervalt de 7-meterworp. Kan de bal doorgespeeld worden, dan laat je dat toe. Valt er dan geen doelpunt, dan geef je alsnog de 7-meterworp.
Een rapport komt erbij als de overtreding zelf al een rapport vraagt. Ook een overtreding die de gezondheid in gevaar brengt en in de laatste 30 seconden een doelpunt moet verhinderen krijgt een rapport. Zo'n overtreding telt dan als uiterst onsportief gedrag.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Anna (rood) staat buiten de vrijeworplijn met de bal, met verdedigers tussen haar en het doel. Bas (blauw) houdt haar lang vast en trekt haar naar de grond. Bas en blauw hebben nog geen persoonlijke straf gehad. Wat beslis je?
Vrije worp voor rood en een tijdelijke uitsluiting voor Bas. Een tegenstander lang vasthouden, neerdrukken of naar de grond trekken wordt direct bestraft met een tijdelijke uitsluiting, ongeacht een eerdere waarschuwing. Met verdedigers tussen Anna en het doel is er geen vrije doelkans, dus het wordt een vrije worp.
Doelverdediger Dana (blauw) komt uit het doelgebied om een lange pass te onderscheppen die voor Chris (rood) bedoeld is. Zij bereikt de bal niet en botst frontaal tegen Chris op. De scheidsrechters zijn ervan overtuigd dat Chris de bal zonder die actie had bereikt. Wat beslis je?
Diskwalificatie voor Dana en een 7-meterworp voor rood. Een doelverdediger die het doelgebied verlaat om een voor een tegenstander bestemde bal te vangen en daarbij een botsing veroorzaakt wordt gediskwalificeerd, ook als hij de bal niet bereikt. Zijn de scheidsrechters overtuigd dat de tegenstander de bal anders had bereikt, dan komt er een 7-meterworp bij.
De scheidsrechters geven een vrije worp aan blauw. Chris (rood) heeft de bal en gooit hem uit onvrede demonstratief ver weg over de zijlijn. Wat beslis je?
Diskwalificatie voor Chris. De bal na een beslissing van de scheidsrechters op een demonstratieve manier weggooien of wegslaan is zeer onsportief gedrag en wordt bestraft met een diskwalificatie.