Het duel: hoeveel contact mag er zijn?
Handbal is een contactsport. Je mag de bal met een open hand uit de hand van een tegenstander spelen, met gebogen armen contact maken met zijn romp en hem met je romp sperren. Trekken of slaan, vasthouden, aanlopen en sperren met armen of handen mag niet. Is een actie vooral op het lichaam gericht, dan krijgt de speler naast de worp ook een persoonlijke straf. De hele les staat gratis op deze site als proefles.
Contact hoort erbij, tot een grens
Drie vragen bij elk duel
Handbal is een contactsport. Spelers lopen tegen elkaar op en zetten een sper. Ze houden een tegenstander af en vechten om positie. De scheidsrechter stelt bij elk duel de volgende vragen en houdt deze volgorde aan. Was het contact toegestaan? Zo niet, met welke worp gaat het spel verder? En hoort er voor de speler die de overtreding maakte een persoonlijke straf bij? Deze les gaat over die vragen. De zwaarste straffen krijgen een eigen les in les 9 van de cursus. Hoe de straffen optellen lees je in les 13 van de cursus.
Wat mag
Het regelboek noemt drie dingen die je in een duel mag doen.
- De bal met een geopende hand uit de hand van een tegenstander spelen. Met een open hand grijp je niet en sla je niet.
- Met gebogen armen lichaamscontact maken met een tegenstander en hem zo controleren en begeleiden. Je handen staan voor je en je beweegt met de aanvaller mee.
- De romp gebruiken om een tegenstander te sperren in een strijd om positie.
Sperren betekent dat je een tegenstander verhindert om in de vrije ruimte te lopen. Bij een sper doe je niets tegen de tegenstander. Je staat op je plek en blijft staan, en je loopt er weer uit zonder te duwen of vast te pakken. Dat geldt voor het zetten van de sper, je gedrag tijdens de sper en het weglopen eruit.
Wat niet mag
Vier dingen zijn een overtreding. Daarop volgt een vrije worp voor de tegenstander, of een 7-meterworp als een vrije doelkans wordt verhinderd. Normaal gesproken hoort er geen persoonlijke straf bij.
- De bal uit de handen van een tegenstander trekken of slaan.
- Een tegenstander sperren met armen, handen of benen, of hem wegdringen met het lichaam. Ook de elleboog gevaarlijk gebruiken hoort hierbij, zowel bij het innemen van een positie als tijdens een beweging.
- Een tegenstander bij het lichaam of het shirt vasthouden, ook als hij gewoon verder kan spelen.
- Tegen een tegenstander aanlopen of tegen hem aanspringen.
De woorden "normaal gesproken" zijn belangrijk. Bij elk van deze vier kijk je daarna naar de criteria uit het volgende stuk. Dezelfde overtreding kan namelijk wel een straf verdienen.
Wanneer het een persoonlijke straf wordt
Op de bal of op het lichaam
De scheidslijn ligt bij het lichaam van de tegenstander. Is de actie overwegend of uitsluitend daarop gericht, dan hoort er naast de vrije worp of 7-meterworp ook een persoonlijke straf voor de speler bij. Die straf is minstens progressief. De eerste keer is het een waarschuwing, daarna een tijdelijke uitsluiting en daarna een diskwalificatie. Hoe die telling precies werkt en wat een team dan doet lees je in les 13 van de cursus.
Boven die progressieve straf staan drie zwaardere niveaus. Sommige overtredingen zijn direct een tijdelijke uitsluiting, andere een diskwalificatie en de zwaarste een diskwalificatie met een schriftelijk rapport. Die lees je in les 9 van de cursus. In deze les leer je de onderkant: wanneer een vrije worp genoeg is en wanneer er een waarschuwing bij hoort.
De vier beoordelingscriteria
Het regelboek gebruikt vier criteria om te bepalen hoe zwaar een overtreding is. Afhankelijk van de situatie combineer je ze.
| Criterium | Waar je naar kijkt |
|---|---|
| positie | van waar maakt de speler de overtreding: frontaal, van opzij of van achteren |
| lichaamsdeel | waarop is de actie gericht: bovenlichaam, werparm, benen, of hoofd, keel en nek |
| dynamiek | hoe intensief is de overtreding, en is de tegenstander in volle beweging |
| effect | wat doet het met lichaam en balcontrole, met de bewegingsvrijheid en met de voortgang van het spel |
Daarnaast weegt de spelsituatie mee. Gebeurt het tijdens een schot, op het moment dat een aanvaller vrijkomt of bij hoge loopsnelheid? Hoe kwetsbaarder de tegenstander, hoe zwaarder dezelfde actie telt.

Op de tekening zie je de vier criteria als vier vakken naast elkaar. Onder elk vak staat waar je op let. Daaronder staan vier uitkomsten van licht naar zwaar: geen persoonlijke straf, een progressieve straf, direct een tijdelijke uitsluiting en een diskwalificatie met of zonder rapport. Je leest de vakken van links naar rechts.
Dezelfde actie, een andere straf
Drie voorbeelden laten zien hoe de criteria werken. Telkens is de actie dezelfde en toch valt de beslissing anders uit.
Vasthouden
Dana van blauw pakt Anna van rood van opzij kort bij het shirt. Anna blijft in balans maar moet haar pass afbreken. De positie is van opzij en het lichaamsdeel is het bovenlichaam. De dynamiek is laag. Het effect is klein: Anna wordt even geremd en houdt de bal. Je geeft een vrije worp voor rood zonder persoonlijke straf.
Nu pakt Dana Anna van achteren bij de romp op het moment dat Anna haar schotbeweging inzet. Anna verliest de bal. Dana komt van achteren en Anna ziet haar niet aankomen. Ze pakt de romp terwijl Anna in beweging is voor een schot. Het effect is balverlies en geen schot. Deze actie is op het lichaam gericht. Je geeft een vrije worp voor rood en een waarschuwing voor Dana, als dit haar eerste is.
Sperren
Chris van rood zet met de romp een sper voor Bas van blauw en blijft staan. Bas loopt tegen hem aan. Je laat doorspelen, want dit is toegestaan sperren.
Chris zet dezelfde sper, maar steekt zijn arm uit om Bas tegen te houden als die eromheen wil. Nu geef je een vrije worp voor blauw zonder persoonlijke straf.
Chris zet de sper en drukt Bas met de elleboog en het lichaam weg om zijn plek te houden. Bas gaat achterover. Deze actie is met de elleboog op het lichaam gericht en heeft effect. Je geeft een vrije worp voor blauw en een waarschuwing voor Chris, als hij er nog geen heeft.
De werparm
Bas van blauw legt zijn hand frontaal op de bal in de hand van Anna van rood als zij wil schieten. Hij speelt de bal weg. Je laat doorspelen, want de open hand op de bal mag.
Bas slaat frontaal op de werparm van Anna op het moment van het schot, zodat de bal uit haar hand valt. Hij raakt de werparm en dat gebeurt tijdens een schot. Deze actie is op het lichaam gericht. Je geeft een vrije worp voor rood en een waarschuwing voor Bas, als hij er nog geen heeft. Slaat hij hard, dan wordt het een van de zwaardere niveaus uit les 9 van de cursus.
Wat je dan beslist
Je beslissing heeft altijd twee delen. Het eerste deel is de worp. Dat is een vrije worp voor de tegenstander, in principe op de plaats van de overtreding. Verhinderde de overtreding een vrije doelkans, dan wordt het een 7-meterworp. Wat een vrije doelkans precies is en hoe de vrije worp wordt genomen lees je in les 11 van de cursus. Het tweede deel is de persoonlijke straf voor de speler die de overtreding maakte, als de criteria daarom vragen. Je fluit eerst, wijst dan de richting aan en geeft daarna de straf.
Eén regel over voordeel hoort hier nog bij. Moet er een persoonlijke straf komen, dan mag je direct onderbreken als dat geen nadeel geeft voor het team waartegen de overtreding werd gemaakt. Soms geeft onderbreken wel nadeel, bijvoorbeeld omdat de bal al bij een vrijstaande teamgenoot is. Dan laat je doorspelen en geef je de straf zodra de situatie voorbij is. De straf vervalt niet, hij wacht.
Techniek en tactiek: duelleren zonder vrije worp
Als aanvaller
Zet je sper met de romp. Je gaat staan op de lijn waar de verdediger wil lopen, je houdt je armen bij je lichaam en je blijft staan. Komt de verdediger tegen je aan, dan is dat toegestaan sperren. Beweeg je mee met je armen of je heup om hem tegen te houden, dan maak jij de overtreding. Uit de sper loop je weg zonder te duwen. Bij een schot of doorbraak zoek je het contact met de schouder en de romp en niet met de elleboog.
Als verdediger
Verdedig frontaal. Een verdediger die van achteren of van opzij ingrijpt scoort op het eerste criterium meteen slecht. Je armen zijn gebogen en je open handen staan voor je op de hoogte van de romp van de aanvaller. Zo controleer en begeleid je hem. Laat hij de bal zakken, dan kun je die met een open hand wegspelen. Je grijpt niet, trekt niet aan het shirt en slaat niet op de arm. Blijf op je voeten en beweeg met de aanvaller mee. Wie te laat is en moet grijpen maakt de overtreding.
Actief verdedigen
Het regelboek beschrijft een verdedigende speelstijl die het beloont: actief verdedigen. Je zet druk op de aanval zonder het spel te onderbreken, dus zonder overtredingen en zonder vrije worpen tegen. Je valt passlijnen aan en sluit ruimte af. Je dwingt aanvallers achteruit zodat ze een pass niet goed kunnen aannemen. Je verstoort het tempo en het ritme van hun acties en lokt ongeplande passes en schoten uit. Het regelboek vraagt de scheidsrechters om zo'n verdediging altijd mee te wegen. Het verschil met een verdediging die op overtredingen leunt zie je aan de handen. Die zijn open en voor het lichaam, of ze grijpen en trekken.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Anna (rood) heeft de bal in haar hand en wil passen. Bas (blauw) staat frontaal voor haar en speelt de bal met een geopende hand uit haar hand, zonder haar lichaam te raken. Wat beslis je?
Doorspelen, dit is toegestaan. Het is toegestaan de bal met geopende hand uit de hand van een tegenstander te spelen.
Chris (rood) zet in de aanval een sper. Hij gaat met zijn romp op de looplijn van Dana (blauw) staan, houdt zijn armen bij zijn lichaam en blijft staan. Dana loopt tegen hem aan. Wat beslis je?
Doorspelen, sperren met de romp is toegestaan. Het is toegestaan de romp te gebruiken om een tegenstander te sperren in een strijd om positie. Een sper zet je zonder actie tegen de tegenstander.
Anna (rood) wil een pass geven. Dana (blauw) pakt haar van opzij kort bij het shirt. Anna blijft in balans en houdt de bal, maar moet haar pass afbreken. Dana en blauw hebben nog geen persoonlijke straf gehad. Wat beslis je?
Vrije worp voor rood, zonder persoonlijke straf voor Dana. Een tegenstander vasthouden bij het lichaam of het shirt is een overtreding, zelfs als hij verder kan spelen. Het leidt normaal gesproken niet tot een persoonlijke straf. Van opzij, kort en zonder balverlies is de actie niet overwegend op het lichaam gericht.