Doelpunt, beginworp, inworp en uitworp: wie hervat waar?
Een doelpunt telt als de bal in zijn volle omvang over de doellijn is, en een doelpunt staat vast zodra voor de beginworp is gefloten. Het team dat het doelpunt tegen kreeg, neemt de beginworp met een voet op de middenlijn. De inworp gaat zonder fluitsignaal en met een voet op de zijlijn het veld in. De uitworp van de doelverdediger telt als de bal de doelgebiedlijn over is.
Het doelpunt
Wanneer het een doelpunt is
Een doelpunt is gemaakt als de bal in zijn volle omvang over de doellijn is, tussen de palen en onder de lat. Een bal die half over de lijn hangt is nog geen doelpunt. Het telt alleen als de werper, zijn medespelers en zijn teamofficials voor of tijdens de worp geen overtreding maakten. Een loopfout en daarna raak gooien is dus geen doelpunt.
Een overtreding van de verdediging verandert daar niets aan. Wordt de werper vastgehouden en gaat de bal toch in het doel, dan telt het doelpunt. De doelscheidsrechter bevestigt elk doelpunt met twee korte fluitsignalen en het gebaar voor een doelpunt. De tafel zet het direct op het scorebord.
Was de wedstrijd al onderbroken door een scheidsrechter of de tijdwaarnemer voordat de bal helemaal over de lijn was, dan telt het niet. Een bal in het eigen doel is een doelpunt voor de tegenstander. De uitzondering is de uitworp: daarbij kan de doelverdediger geen eigen doelpunt maken. Soms houdt iemand die niet meedoet een schot tegen, bijvoorbeeld een toeschouwer. Zijn de scheidsrechters ervan overtuigd dat de bal er anders in was gegaan, dan kennen zij het doelpunt toe.
Wanneer het vaststaat
Een toegekend doelpunt staat vast zodra de scheidsrechter voor de beginworp heeft gefloten. Tot dat moment kunnen de scheidsrechters nog overleggen en corrigeren. Klinkt direct na het doelpunt het eindsignaal, dan geven de scheidsrechters zonder beginworp duidelijk aan dat het doelpunt telt.
Het team met de meeste doelpunten wint. Bij een gelijke stand is het een gelijkspel, tenzij de wedstrijd beslist moet worden. Hoe dat gaat las je in les 3 van de cursus.
De beginworp
Wie begint
Het team dat de toss wint kiest de bal of de speelkant. Kiest het de bal, dan neemt het de beginworp en kiest het andere team de kant. Kiest het de kant, dan heeft het andere team de beginworp. Na de pauze wisselen de teams van kant en neemt het andere team de beginworp. Voor elke verlenging wordt opnieuw getost. Na elk doelpunt neemt het team dat het doelpunt tegen kreeg de beginworp.
Zo wordt hij genomen
De beginworp wordt altijd na een fluitsignaal vanaf de middenlijn genomen. De werper staat met één voet op de middenlijn en met de andere op of achter de lijn, hoogstens 1,5 meter zijwaarts van het midden. Hij mag in elke richting werpen, ook naar achteren. Hij houdt zijn positie vast tot de bal zijn hand heeft verlaten. Hoeveel tijd hij na het fluitsignaal heeft lees je in les 12 van de cursus.
Zijn medespelers blijven tot het fluitsignaal op de eigen helft. Na het fluitsignaal mogen zij over de middenlijn, ook als de bal nog in de hand van de werper is. Dat is een uitzondering: bij alle andere worpen blijven teamgenoten op hun plaats tot de bal weg is.
Bij de beginworp aan het begin van elke helft en van elke verlenging staan alle spelers op de eigen helft. Na een doelpunt mogen de tegenstanders van de werper op beide helften staan. Zij houden dan de vaste afstand tot de werper die je in les 11 van de cursus leest.
De toelichting in het regelboek vraagt om een snelle beginworp. Kijk dus niet tot op de centimeter naar het midden en fluit geen team terug dat snel wil hervatten. De veldscheidsrechter staat klaar om te fluiten zodra de werper op zijn plek is.
Het beginworpgebied
In de hoogste competities wordt de beginworp genomen vanuit het beginworpgebied op het midden. De A-jeugd divisie hoort daarbij. Dat gebied las je in les 2 van de cursus. Het team mag daar lopend beginnen als het dat wil, en de tegenstanders blijven buiten het gebied. Volgens handbal.nl geldt het beginworpgebied vanaf 1 juli 2027 op alle niveaus. Tot dan geldt in de rest van de competitie de beginworp vanaf de middenlijn.
De inworp
Wanneer en voor wie
Een inworp volgt in drie gevallen. In het eerste gaat de bal helemaal over de zijlijn. In het tweede gaat de bal over de achterlijn nadat een veldspeler van de verdediging hem als laatste raakte. In het derde raakt de bal het plafond of iets wat boven het speelveld hangt.
Het team dat de bal niet als laatste aanraakte neemt de inworp zonder fluitsignaal. Tikt een veldspeler van de verdediging een schot over zijn eigen achterlijn, dan is de inworp voor de aanvallers. Raakt de doelverdediger de bal als laatste, dan is het een uitworp.
Waar en hoe
De inworp wordt genomen op de plaats waar de bal de zijlijn passeerde. Na een bal over de achterlijn volgt de inworp in de hoek van zijlijn en achterlijn, aan de kant waar de bal uitging. Raakte de bal het plafond, dan volgt de inworp aan de dichtstbijzijnde zijlijn. De plek ligt zo dicht mogelijk bij waar de bal het plafond raakte.
De werper staat met één voet op de zijlijn en houdt die positie tot de bal zijn hand heeft verlaten. De andere voet mag overal zijn: in het veld, erbuiten of in de lucht. De worp gaat in de richting van het speelveld. De bal passeert de zijlijn als directe worp.
De tegenstanders houden afstand tot de werper, maar zij mogen altijd direct aan hun eigen doelgebiedlijn staan, ook als dat dichterbij is.

Op de tekening houdt de werper één voet op de zijlijn. De verdedigers blijven op 3 meter, behalve aan hun eigen doelgebiedlijn. Een bal over de achterlijn na een veldspeler van de verdediging geeft een inworp in de hoek.
De uitworp
Wanneer
Een uitworp volgt in vier gevallen. In het eerste betreedt een aanvaller het doelgebied op een manier die bestraft wordt, zoals je in les 5 van de cursus las. In het tweede heeft de doelverdediger de bal en zijn lichaam in het doelgebied onder controle, of de bal ligt daar stil op de grond. In het derde raakt een tegenstander de bal terwijl die door het doelgebied rolt. In het vierde gaat de bal over de achterlijn nadat de doelverdediger of een aanvaller hem als laatste raakte. In al die gevallen is de bal uit het spel. Een overtreding daarna verandert daar niets aan, zolang de uitworp nog niet genomen is.
Hoe
De doelverdediger neemt de uitworp vanuit het doelgebied zonder fluitsignaal. Speelt een team zonder doelverdediger, dan komt er eerst een doelverdediger in het veld voor een veldspeler. De scheidsrechters beslissen of daarvoor een time-out nodig is.
De uitworp is genomen zodra de bal de doelgebiedlijn helemaal is gepasseerd. Belandt de bal daarvoor in het eigen doel, dan is dat geen doelpunt. De tegenstanders mogen aan de doelgebiedlijn staan, maar raken de bal pas aan als die de lijn helemaal over is. Wie dat eerder doet hindert de worp. Wat daarop volgt lees je in les 12 van de cursus.

Op de tekening werpt de doelverdediger vanuit het doelgebied. De tegenstanders wachten aan de doelgebiedlijn tot de bal er helemaal over is.
Welke worp is het
| Wat je ziet | Welke worp | Voor wie |
|---|---|---|
| de bal gaat over de zijlijn | inworp op die plaats | het team dat de bal niet als laatste raakte |
| de bal gaat over de achterlijn na een veldspeler van de verdediging | inworp vanuit de hoek | de aanvallers |
| de bal gaat over de achterlijn na de doelverdediger of een aanvaller | uitworp | de doelverdediger |
| de bal raakt het plafond | inworp aan de dichtstbijzijnde zijlijn | het team dat de bal niet als laatste raakte |
| de doelverdediger heeft bal en lichaam onder controle, of de bal ligt stil in het doelgebied | uitworp | de doelverdediger |
| de bal is in het doel, zonder overtreding vooraf van de aanval | doelpunt, daarna beginworp | het team dat het doelpunt tegen kreeg |
Bij elke bal over de achterlijn stel je dus eerst vast wie hem als laatste raakte. Daarmee heb je de worp.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Anna (rood) springt op voor een schot. Tijdens het schot houdt verdediger Bas (blauw) haar aan de arm vast, maar de bal gaat toch in het doel. Wat beslis je over de bal?
Doelpunt voor rood. Gaat de bal ondanks een overtreding van een verdediger in het doel, dan wordt het doelpunt toegekend. Een 7-meterworp volgt niet, want de aanvaller scoorde ondanks de overtreding.
Veldspeler Chris (blauw) speelt de bal vanuit het speelveld terug naar zijn doelverdediger, maar de bal gaat langs de doelverdediger het eigen doel in. Wat beslis je?
Doelpunt voor rood. Gooit een speler de bal in het eigen doel, dan is dat een doelpunt voor de tegenstander; alleen bij een uitworp van de doelverdediger geldt dat niet.
Rood scoort. De doelscheidsrechter bevestigt het doelpunt. Welk team neemt de beginworp en waar mogen de spelers van rood dan staan?
Blauw; de spelers van rood mogen op beide helften staan, op afstand van de werper. Na een doelpunt neemt het team waartegen is gescoord de beginworp. De tegenstanders van de werper mogen dan op beide helften staan als zij de voorgeschreven afstand houden.