HANDBAL 58 — Leer en Speel

De speeltijd: twee helften, de verlenging en het eindsignaal

Vanaf 16 jaar speel je twee helften van 30 minuten, jongere spelers 2 x 25 of 2 x 20 minuten, met 10 minuten pauze. Moet er een winnaar komen, dan volgt na 5 minuten pauze een verlenging van 2 x 5 minuten, zo nodig nog een. Een overtreding vlak voor het eindsignaal wordt gewoon bestraft en de worp wordt nog genomen. Een team time-out bestaat in Nederland alleen in de hoogste competities. Hieronder staat de hele speeltijd.

Twee helften en een pauze

De normale speeltijd

Een wedstrijd voor spelers van 16 jaar en ouder duurt 2 x 30 minuten met een pauze van 10 minuten. Voor de jeugd van 12 tot 16 jaar is het 2 x 25 minuten en van 8 tot 12 jaar 2 x 20 minuten. Ook dan duurt de pauze 10 minuten. De bond mag een andere pauze vastleggen van hoogstens 15 minuten.

Wanneer de klok begint en stopt

De speeltijd begint met het fluitsignaal van een van de scheidsrechters voor de beginworp en niet met de worp zelf. De speeltijd eindigt bij het automatische eindsignaal van de elektronische klok of bij het eindsignaal van de tijdwaarnemer. Is er geen klok met een automatisch signaal dan geeft de tijdwaarnemer het signaal zelf met een tafelklok of een stopwatch. Klinkt er geen signaal dan fluit de scheidsrechter zelf af. Beide scheidsrechters bewaken de speeltijd mee.

Te vroeg afgefloten

Gaf de tijdwaarnemer het eindsignaal voor de pauze of het einde te vroeg dan houden de scheidsrechters de spelers op het veld. Zij laten de resterende tijd uitspelen. Het team dat de bal had op het moment van het signaal krijgt hem terug. Was de bal niet in het spel dan volgt de worp die bij die situatie hoort. Duurde de eerste helft te lang dan wordt de tweede helft met die tijd ingekort. Duurde de tweede helft te lang dan valt er niets meer te herstellen.

Als er een winnaar moet komen

Een wedstrijd mag gelijk eindigen. Moet er een winnaar komen dan volgt na 5 minuten pauze een verlenging van 2 x 5 minuten met 1 minuut tussen de helften. Staat het daarna nog gelijk dan volgt op dezelfde manier een tweede verlenging. Is er dan nog geen winnaar dan bepaalt het wedstrijdreglement hoe het verder gaat, bijvoorbeeld met 7-meterworpen.

Beslissen met 7-meterworpen

Elk team wijst vijf spelers aan. Om de beurt neemt een speler van elk team een 7-meterworp. Alleen spelers die aan het eind van de wedstrijd niet tijdelijk uitgesloten en niet gediskwalificeerd zijn mogen meedoen. De doelverdediger kies je vrij uit de spelers die op dat moment mogen spelen. Je mag onbeperkt van doelverdediger wisselen. Een speler mag zowel werpen als in het doel staan.

De scheidsrechters bepalen op welk doel wordt geworpen en tossen. Het team dat de toss wint kiest of het begint. Staat het na vijf worpen per team nog gelijk dan wijst elk team opnieuw vijf spelers aan. Dat mogen ook de vijf spelers van de eerste ronde zijn. Nu begint het andere team. Vanaf dan beslist het eerste verschil nadat beide teams evenveel worpen hebben genomen.

Een overtreding vlak voor het eindsignaal

Het eindsignaal maakt een overtreding niet ongedaan. Zie je vlak voor of precies tijdens het eindsignaal een overtreding of onsportief gedrag dan bestraf je die gewoon. De vrije worp of 7-meterworp die erbij hoort wordt dan nog genomen, ook als de tijd om is. De scheidsrechters beëindigen de wedstrijd pas als die worp is genomen en het directe resultaat bekend is.

Soms klinkt het eindsignaal precies op het moment dat een vrije worp of 7-meterworp wordt genomen. Heeft de bal de hand van de werper dan al verlaten, dan wordt de worp overgenomen.

Wat er bij zo'n worp anders is

Een vrije worp na het eindsignaal heeft eigen beperkingen. Het aanvallende team mag nog één speler wisselen. Speelde de verdediging zonder doelverdediger dan mag zij een veldspeler wisselen voor een doelverdediger. Raakt de doelverdediger geblesseerd dan mag de verdediging hem ook wisselen. Haar veldspelers mag zij niet wisselen. Elke andere wissel wordt bestraft als een wisselfout. De medespelers van de werper blijven buiten de vrijeworplijn van de tegenstander. Zij houden bovendien afstand tot de werper. De verdedigers staan waar zij bij elke vrije worp staan. Een persoonlijke straf blijft tijdens zo'n worp mogelijk, maar een overtreding kan nooit een vrije worp voor de andere kant opleveren. Maakt een verdediger tijdens de worp een overtreding of gedraagt hij zich onsportief dan bestraf je hem persoonlijk en wordt de worp opnieuw genomen.

Wil het team een doelpoging wagen dan zet je beide teams snel in positie. Je let op de overtredingen aan beide kanten. Verdedigers die hinderen worden bestraft. Aanvallers die de vrijeworplijn te vroeg overschrijden maken zelf een fout, net als een werper die springt. Een onreglementair doelpunt mag er nooit uit komen.

De time-out

Wanneer een time-out verplicht is

Een time-out is een onderbreking van de speeltijd. Hij is verplicht in vier gevallen: bij een tijdelijke uitsluiting of een diskwalificatie en bij een team time-out. Ook bij een fluitsignaal van de tijdwaarnemer of de waarnemer is hij verplicht. Het vierde geval is overleg van de scheidsrechters omdat zij het niet eens zijn.

In principe bepalen de scheidsrechters wanneer de klok stopt en weer gaat lopen. Zij geven de onderbreking aan de tijdwaarnemer door met drie korte fluitsignalen en het gebaar voor de speeltijdonderbreking. Fluit de tafel zelf dan stopt de tijdwaarnemer de klok direct. Na elke time-out hervatten de scheidsrechters het spel met een fluitsignaal.

Een fluitsignaal van de tafel legt de wedstrijd stil. Alles wat daarna gebeurt telt niet: een doelpunt wordt afgekeurd en een toegekende worp vervalt. De wedstrijd wordt hervat zoals de situatie was toen de tafel floot. Alleen een persoonlijke straf die de scheidsrechters tussen dat fluitsignaal en het stilleggen nog hebben gegeven blijft staan. Wie tijdens een time-out een overtreding maakt wordt bestraft alsof het spel liep.

Wanneer je er verder een geeft

Buiten die vier gevallen beslis je zelf. Het regelboek noemt situaties waarin je normaal gesproken wel een time-out geeft. Dat is zo als de vloer gedweild moet worden of als een speler geblesseerd lijkt. Je geeft er ook een als een team met opzet het spel vertraagt. Dat doet het door een worp traag te nemen, de bal weg te gooien of hem niet af te geven. Ook een bal die het plafond raakt en ver wegspringt van de plek van de inworp hoort erbij. Het laatste geval is een veldspeler die wordt gewisseld voor een doelverdediger om een uitworp te nemen.

De vraag is of een onderbreking zonder time-out een van de teams onredelijk benadeelt. Staat een team vlak voor tijd ruim voor en moet er even gedweild worden dan hoeft de klok niet stil. Vertraagt het team dat nadeel zou hebben zelf het spel dan geef je geen time-out. Een blessure is vaak moeilijk in te schatten. Dan kan een time-out de veiligere keus zijn. Een bal die het veld uit gaat is meestal snel terug. Anders breng je de reservebal in het spel.

De team time-out

Op televisie zie je een teamofficial een groene kaart op de tafel leggen: de aanvraag voor een team time-out van 1 minuut. In Nederland bestaat de team time-out alleen in de hoogste competities. Daar heeft elk team er hooguit drie per wedstrijd en geen in de verlenging. In de gewone competitie speel je zonder team time-out.

Hoe de klok loopt bij een tijdelijke uitsluiting lees je in les 13 van de cursus.

Situaties in de zaal

Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.

Rood en blauw spelen een jeugdwedstrijd met spelers van 13 en 14 jaar. Hoe lang duurt de wedstrijd volgens het regelboek?

2 x 25 minuten met 10 minuten pauze. Voor de categorie van 12 tot 16 jaar is de speeltijd 2 x 25 minuten met een pauze van 10 minuten.

De scheidsrechter fluit voor de beginworp. Bas (rood) wacht nog even en neemt de worp 2 seconden later. Wanneer begint de speeltijd?

Bij het fluitsignaal voor de beginworp. De speeltijd begint met het fluitsignaal voor de beginworp van een van de scheidsrechters.

Rood krijgt vlak voor het einde van de wedstrijd een vrije worp. Precies op het moment dat Anna (rood) werpt, klinkt het eindsignaal. De bal heeft haar hand net verlaten en gaat in het doel. Wat beslis je?

De worp wordt overgenomen en pas daarna is de wedstrijd afgelopen. Klinkt het eindsignaal precies als de vrije worp wordt uitgevoerd en heeft de bal de hand van de werper al verlaten, dan wordt de worp overgenomen. De scheidsrechters beëindigen de wedstrijd pas na het directe resultaat van die worp.

Wil je meer dan alleen deze regel kennen?

Weet bij het eindsignaal wat er nog telt en wat er nog genomen wordt. Deze regel geeft antwoord op één situatie. Met de complete cursus begrijp je hoe spelregels, spelsituaties en beslissingen samenhangen. Zo sta je met meer zekerheid op het veld, op de tribune of aan de tafel, en voorkom je onnodige discussie.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler

Bekijk de pakketten

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de spelregels, de techniek en de tactiek van dat spel.