Het team: zestien spelers, zeven in het veld, en hoe je wisselt
Een team heeft hoogstens zestien spelers, met zeven in het veld, en hoogstens vijf officials. Je wisselt over de wissellijn van je eigen bank, zonder melding, zodra de speler die eruit gaat het veld heeft verlaten. Gaat dat mis, dan is het een wisselfout of een extra speler, en dat kost een tijdelijke uitsluiting en een vrije worp. De maat van de bal hangt af van de categorie. Hieronder staat alles over de bal, het team en de wisselzone.
De bal
Rond en van leer of kunststof
De bal is rond en van leer of kunststof, met een buitenkant die niet glanzend of glad is. De maat hangt af van de categorie. Met hars gelden deze maten:
| Maat | Omtrek | Gewicht | Voor wie |
|---|---|---|---|
| 3 | 58 tot 60 cm | 425 tot 475 gram | heren senioren en heren A-jeugd |
| 2 | 54 tot 56 cm | 325 tot 375 gram | dames senioren, dames A- en B-jeugd, heren B- en C-jeugd |
| 1 | 50 tot 52 cm | 290 tot 330 gram | dames C-jeugd, dames en heren D-jeugd |
Zonder hars is de bal in elke maat iets kleiner en lichter. De indeling per categorie blijft gelijk.
De reservebal en de hars
Bij elke wedstrijd zijn minstens twee ballen beschikbaar. De reservebal ligt bij de tafel. De scheidsrechters beslissen wanneer hij in het spel komt. Dat gebeurt dan meteen zodat de onderbreking kort blijft.
Hars mag en een harsdepot op de schoen ook. Een harsdepot op de hand of de pols mag niet, want dan kan de hars in het oog of gezicht van een tegenstander komen. In Nederland verbiedt het NHV hars tot en met de C-jeugd, en vanaf de B-jeugd kan een thuisvereniging het in haar zaal verbieden. Dat lees je in les 16 van de cursus.
Het team
Zestien spelers, zeven in het veld
Een team bestaat uit maximaal zestien spelers. Daarvan staan er hoogstens zeven tegelijk op het speeloppervlak. De anderen zijn wisselspeler. Per team is één speler in het veld herkenbaar als doelverdediger. Die mag op elk moment veldspeler worden. Een veldspeler mag doelverdediger worden zolang hij als doelverdediger herkenbaar is. Een team mag ook met zeven veldspelers en zonder doelverdediger spelen. Over het lege doel lees je in les 9 van de cursus.
Bij het begin van de wedstrijd staan er minstens vijf spelers in het veld. Aanvullen tot zestien mag de hele wedstrijd, ook in een verlenging. Zakt het aantal daarna onder de vijf dan mag je doorspelen. De scheidsrechters beslissen of en wanneer de wedstrijd wordt gestaakt.
Vijf officials en één die praat
Een team wijst maximaal vijf teamofficials aan. Zij blijven de hele wedstrijd dezelfde. Eén van hen is de teamverantwoordelijke, meestal de coach. Alleen hij mag in gesprek gaan met de tafel en de scheidsrechters. Een official komt alleen met toestemming van de scheidsrechters het speelveld op. Doet hij dat zonder toestemming dan is dat onsportief gedrag. Hij krijgt een progressieve bestraffing en de tegenstander krijgt een vrije worp.
Wie mag spelen
Een speler of official mag meedoen als hij bij het beginsignaal aanwezig is en op het wedstrijdformulier staat. Wie later aankomt krijgt eerst toestemming van de tafel en wordt aan het formulier toegevoegd.
Wisselen
Altijd, onbeperkt en zonder melding
Wisselen mag altijd en zo vaak als je wilt, zonder melding bij de tafel. Dezelfde regels gelden tijdens een time-out die de scheidsrechters geven. De speler die eruit gaat heeft het speelveld al verlaten voordat de wisselspeler erin komt. Je gaat eruit en erin over de eigen wissellijn. Dat geldt ook voor de doelverdediger, die dus niet via de achterlijn naast het doel wisselt.

Op de tekening zie je de tafel bij de middenlijn met aan weerszijden de wisselbank van elk team. Het stuk zijlijn tussen de middenlijn en het dwarsstreepje is de wissellijn. Daar gaat de speler naar buiten en de wisselspeler wacht erachter tot zijn teamgenoot er helemaal uit is.
Waar de lijn voor is
De wissellijn is er om wissels eerlijk en ordelijk te laten verlopen en niet om extra te straffen. Stapt een speler zonder bedoeling en zonder voordeel even over de zijlijn of de achterlijn dan fluit je niet. Denk aan een speler die net buiten de wisselzone water of een handdoek pakt. Over de speler die zich met opzet buiten het veld opstelt lees je in les 6 van de cursus.
De wisselfout en de extra speler
Wanneer het een wisselfout is
Het is een wisselfout als de uitgaande en de inkomende speler tegelijk minstens één voet op het speeloppervlak hebben. Het is ook een wisselfout als een speler niet over de eigen wissellijn het veld verlaat of betreedt. Hij staat dan met beide voeten aan de verkeerde kant van de wissellijn of de middenlijn. De speler die de fout maakte krijgt een tijdelijke uitsluiting en de tegenstander een vrije worp. Maken meerdere spelers tegelijk een wisselfout dan krijgt alleen de eerste overtreder de straf.
Wanneer het een extra speler is
Komt een speler met beide voeten het speeloppervlak op zonder dat een teamgenoot het veld aan het verlaten is dan is dat een extra speler. Dat geldt ook voor een speler die vanuit de wisselzone ingrijpt in het spel. De extra speler krijgt een tijdelijke uitsluiting en verlaat het veld. Het team speelt de eerstvolgende 2 minuten met een speler minder en de tegenstander krijgt een vrije worp.
| Wat je ziet | Wat je beslist |
|---|---|
| bij een wissel staan de uitgaande en de inkomende speler tegelijk met een voet in het veld | wisselfout: tijdelijke uitsluiting voor de eerste overtreder, vrije worp |
| een speler staat met beide voeten in het veld zonder dat een teamgenoot eruit gaat | extra speler: tijdelijke uitsluiting, het team 2 minuten met een speler minder, vrije worp |
| een speler stapt zonder voordeel even over de lijn voor een handdoek | geen overtreding, doorspelen |
De uitrusting en bloed
Kleding en nummers
Alle veldspelers van een team dragen gelijke kleding. De twee teams zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden. De doelverdediger draagt een shirt in een kleur die afsteekt tegen beide teams en tegen de doelverdediger van de tegenstander. De nummers lopen van 1 tot en met 99. Wie wisselt tussen veldspeler en doelverdediger houdt hetzelfde nummer.
Schoenen en gevaarlijke voorwerpen
Sportschoenen zijn verplicht. Alles wat een ander kan verwonden mag niet. Daaronder vallen hoofdbescherming en gezichtsmaskers, armbanden en horloges, kettingen, oorsieraden en zichtbare piercings. Ook brillen zonder hoofdband of met een vast montuur en lange of scherpe nagels mogen niet. Platte ringen, kleine oorbellen en zichtbare piercings mogen wel als ze zo zijn afgeplakt dat ze geen gevaar meer opleveren. Zachte en elastische voorhoofdsbanden, hoofddoeken en aanvoerdersbanden mogen ook.
De teamverantwoordelijke is verantwoordelijk voor de uitrusting van zijn spelers. Dat bevestigt hij met het wedstrijdformulier. Zien de scheidsrechters na het begin toch iets wat niet mag dan krijgt de teamverantwoordelijke een progressieve bestraffing. De speler blijft dan buiten het veld tot het is opgelost.
Bloed
Een speler die bloedt of bloed op zijn lichaam of kleding heeft gaat direct en uit zichzelf het veld af via een gewone wissel. Hij komt pas terug als het bloeden is gestopt, de wond is afgedekt en lichaam en kleding schoon zijn. Volgt hij de aanwijzingen van de scheidsrechters daarbij niet op dan is dat onsportief gedrag. Op televisie komen bij een blessure twee verzorgers het veld op en wacht de speler daarna drie aanvallen. Die regel geldt in Nederland alleen in de hoogste competities.
De wisselzone
De wisselzone loopt links en rechts van de tafel tot het einde van de banken, en als er ruimte is ook erachter. Daar zijn alleen de spelers en de officials die op het wedstrijdformulier staan. De teamverantwoordelijke ziet daarop toe. De officials zijn volledig gekleed in sport- of burgerkleding, in kleuren die niet met de tegenstander te verwarren zijn.
De officials leiden hun team fair en sportief en zitten in principe op de bank. Eén official tegelijk mag staan of bewegen in de coachingszone om aanwijzingen of medische begeleiding te geven. Volgens handbal.nl is de coachingszone nu verplicht in de hoogste competities en vanaf 1 juli 2027 op alle niveaus. Wisselspelers zitten ook op de bank. Warmlopen mag zonder bal achter de bank als daar ruimte is en het niemand stoort. Niemand verlaat de wisselzone om de wedstrijd te beïnvloeden. Niemand benadert scheidsrechters, tafel, spelers, officials of toeschouwers provocerend, protesterend of op een andere onsportieve manier. Een official die de wisselzone toch verlaat verliest het recht om zijn team te leiden tot hij terug is.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Rood wisselt tijdens het spel. Veldspeler Anna (rood) loopt richting de wisselbank en heeft nog één voet op het speeloppervlak als wisselspeler Bas (rood) al met een voet over de wissellijn het veld in stapt. Wat beslis je?
Wisselfout: tijdelijke uitsluiting voor Bas en een vrije worp voor blauw. Het is een wisselfout als de uitgaande en de inkomende speler tegelijk minstens één voet op het speeloppervlak hebben. De straf is een tijdelijke uitsluiting voor de speler die de fout maakte en een vrije worp voor de tegenstander.
Blauw heeft zeven spelers in het veld. Wisselspeler Chris (blauw) stapt met beide voeten het speeloppervlak op terwijl geen enkele teamgenoot het veld aan het verlaten is. Wat beslis je?
Extra speler: tijdelijke uitsluiting voor Chris, blauw speelt 2 minuten met een speler minder en rood krijgt een vrije worp. Een speler die het speeloppervlak betreedt zonder dat er een wissel plaatsvindt krijgt een tijdelijke uitsluiting. Het team speelt de eerstvolgende 2 minuten met een speler minder en de wedstrijd wordt hervat met een vrije worp voor de tegenstander. Een extra speler staat met beide voeten in het veld zonder dat een teamgenoot eruit gaat.
Veldspeler Dana (rood) stapt tijdens het spel, zonder bal en zonder dat het haar iets oplevert, even over de zijlijn net buiten de wisselzone om een handdoek te pakken en stapt direct weer het veld in. Wat beslis je?
Niets, doorspelen. De wissellijn is er om wissels eerlijk en ordelijk te laten verlopen en niet om extra te straffen. Een speler die zonder bedoeling en zonder voordeel over de zijlijn stapt om water of een handdoek te pakken wordt niet bestraft.