De vrije worp en de 7-meterworp: wanneer fluit je wat?
De vrije worp wordt in principe genomen op de plek van de overtreding, meestal zonder fluitsignaal. Bij voordeel fluit de scheidsrechter pas als de aanval door de overtreding niet verder kan. Verdedigers staan 3 meter van de werper en aanvallers buiten de vrijeworplijn. Wordt een vrije doelkans verhinderd, dan volgt een 7-meterworp, ook als een official de overtreding maakt. Houdt de aanvaller de controle of scoort hij, dan volgt er geen 7-meterworp.
De vrije worp: de gewone hervatting
Twee soorten situaties, dezelfde worp
De meeste onderbrekingen eindigen in een vrije worp. Je fluit ervoor in twee soorten situaties. In de eerste maakt het team in balbezit een overtreding die tot balverlies moet leiden, zoals een loopfout, dubbel tippen of passief spel. In de tweede maakt de tegenstander een overtreding, zoals vasthouden of duwen. Daardoor verliest het team in balbezit de bal of kan het zijn aanval niet voortzetten.
In beide gevallen krijgt de tegenstander van het team dat de fout maakte de vrije worp. Welke overtredingen dat zijn las je in les 6 van de cursus tot en met 9. Hier gaat het om de beslissing eromheen: fluiten of doorspelen, waar en hoe.
De bal direct neerleggen
Fluit je tegen het team dat de bal heeft, dan legt de speler met de bal hem direct neer of laat hem vallen. Dat doet hij op de plek waar hij staat. Houdt hij de bal vast of gooit hij hem weg, dan is dat onsportief gedrag. De straf daarvoor las je in les 9 van de cursus.
Voordeel: niet te vroeg fluiten
Wat het regelboek van je vraagt
Het regelboek wil een doorlopende wedstrijd. Een vrije worp die te vroeg of onnodig komt straft soms het verkeerde team. Daarom gelden twee regels voordat je fluit.
Maakt het aanvallende team een overtreding en komt de verdediging direct daarna in balbezit, dan laat je doorspelen. Fluiten zou de verdediging de tegenaanval afnemen.
Bij een overtreding van de verdediging grijp je pas in als duidelijk is dat de aanvallers daardoor de bal verliezen of niet verder kunnen aanvallen. Loopt de aanval door, dan laat je lopen. Dat is voordeel.
De straf kan wachten
Hoort bij de overtreding een persoonlijke straf, dan mag je direct onderbreken als het team dat de overtreding niet maakte daar geen nadeel van heeft. Anders wacht je met de straf tot de situatie voorbij is.
Er is één uitzondering. Bij een wisselfout of een extra speler in het veld geldt voordeel in principe niet, want daar fluit de tijdwaarnemer direct. De richtlijnen geven daarbij een nuance. Gebeurt dat tijdens een vrije doelkans en grijpt de schuldige speler niet direct in, dan mogen de scheidsrechters de doelkans laten uitspelen.
Als de bal niet in het spel was
Een overtreding kan ook gebeuren terwijl de bal niet in het spel is, bijvoorbeeld tussen de beslissing voor een inworp en de inworp zelf. Dan wordt de wedstrijd hervat met de worp die al toegekend was.
Soms moet de wedstrijd hervat worden zonder dat er een overtreding was: na een time-out voor een blessure, voor dweilen of voor overleg. Dan is de vrije worp het middel. Het team dat op dat moment de bal had houdt hem. Had geen team de bal, dan krijgt het team dat hem het laatst had de vrije worp.
Waar en hoe je de vrije worp neemt
De plaats
De vrije worp wordt normaal zonder fluitsignaal genomen op de plaats van de overtreding. Er zijn drie uitzonderingen. Na een onderbreking zonder overtreding wordt de worp na een fluitsignaal genomen op de plaats waar de bal was. Bij passief spel geldt ook de plaats van de bal. De derde is een overtreding van de verdediging waarvoor je onderbreekt met een vermaning of persoonlijke straf. Dan geldt de plaats van de bal als die gunstiger is voor de aanvallers. Zo gaat het ook als de tijdwaarnemer voor een wisselfout fluit.
Twee plaatsen zijn nooit toegestaan: vanuit het eigen doelgebied en binnen de vrijeworplijn van de tegenstander. Ligt de plaats van de overtreding daar, dan verschuif je de worp naar de dichtstbijzijnde plek er direct buiten. Houdt een verdediger een aanvaller vast tussen de doelgebiedlijn en de vrijeworplijn, dan volgt de vrije worp dus aan de vrijeworplijn.
Aan de vrijeworplijn van de verdediging wordt de worp in principe precies op de plaats genomen. Hoe verder ervandaan, hoe meer speling je hebt. Bij een vrije worp vlak buiten het eigen doelgebied is dat tot 3 meter.
De aanvallers
Tot de vrije worp genomen is raken de spelers van het werpende team de vrijeworplijn van de tegenstander niet aan. Zij komen er ook niet overheen. Staan er aanvallers tussen de twee lijnen en beïnvloedt dat het spel, dan corrigeer je hun positie. De worp volgt dan na een fluitsignaal. Lopen zij dat gebied in tijdens de uitvoering zonder dat er een fluitsignaal vooraf ging, dan geldt dezelfde correctie. Was er wel een fluitsignaal en raken of passeren zij daarna de vrijeworplijn voordat de bal weg is, dan is de worp verspeeld. De verdediging krijgt dan een vrije worp.
De verdedigers
De verdedigers staan tijdens de uitvoering op minstens 3 meter van de werper. Wordt de vrije worp aan hun vrijeworplijn genomen, dan mogen zij direct buiten hun doelgebiedlijn staan, ook al is dat dichterbij. Wie de uitvoering hindert wordt bestraft. Hoe dat gaat lees je in les 12 van de cursus.

Op de tekening markeert een kruis een overtreding tussen de doelgebiedlijn en de vrijeworplijn. De pijl verschuift de vrije worp naar de dichtstbijzijnde plek direct buiten de vrijeworplijn. Daar staat de werper. Je ziet ook waar zijn medespelers en de verdedigers staan.
De 7-meterworp: wanneer
De vrije doelkans
De 7-meterworp heet in de zaal de strafworp. Het regelboek zegt 7-meterworp. Je geeft hem als een speler of een teamofficial van de tegenstander een vrije doelkans onreglementair verhindert. Dat geldt overal op het speeloppervlak. Een aanvaller die bij de middenlijn alleen op de doelverdediger afgaat en wordt neergetrokken, krijgt dus ook een 7-meterworp.
Een vrije doelkans bestaat in drie vormen.
| Vorm | Wat je ziet |
|---|---|
| aan de doelgebiedlijn | een speler met bal en lichaam onder controle kan schieten zonder dat een tegenstander dat met toegestane middelen kan voorkomen; ook als hij aanspeelbaar is en niemand de aanname reglementair kan verhinderen |
| de snelle tegenaanval | een speler met bal en lichaam onder controle loopt of tipt alleen op de doelverdediger af, zonder dat een tegenstander nog voor hem kan komen; ook als hij aanspeelbaar is en de doelverdediger de aanname met een botsing verhindert |
| het lege doel | de doelverdediger is uit zijn doelgebied en een tegenstander met bal en lichaam onder controle heeft een ongehinderde kans om in het lege doel te werpen |
Bij het lege doel verlangen de richtlijnen dat de speler de bal heeft en duidelijk probeert direct op het lege doel te schieten. Dan geldt de vrije doelkans bij elk soort overtreding, ook als de bal niet in het spel is.
Andere gevallen
Je geeft ook een 7-meterworp als iemand anders dan de scheidsrechters tijdens een vrije doelkans onreglementair fluit. Hetzelfde geldt als iemand die niet meedoet ingrijpt, zoals een toeschouwer die het veld op komt. Overmacht telt ook mee, zoals een stroomstoring tijdens een vrije doelkans. Zou de bal zonder die ingreep in het doel zijn gegaan, dan is het een doelpunt. Dat las je in les 10 van de cursus. In de laatste 30 seconden geven sommige overtredingen ook een 7-meterworp, zoals je in les 9 van de cursus las.
Wanneer niet
Houdt de aanvaller ondanks de overtreding de bal en zijn lichaam volledig onder controle, dan geef je geen 7-meterworp. Dat blijft zo als hij de kans daarna mist. Scoort hij ondanks de overtreding, dan telt het doelpunt en volgt er geen 7-meterworp. Je grijpt pas in als duidelijk vaststaat dat de speler daardoor de controle over bal of lichaam verloor en de vrije doelkans weg is. Wacht dus tot je het zeker ziet.
Bij de toekenning geef je alleen een time-out bij echte vertraging, bijvoorbeeld als de doelverdediger of de werper wordt gewisseld. Een persoonlijke straf voor de verdediger staat los van de worp. Welke straf dat is las je in les 8 en 9 van de cursus.
De 7-meterworp: hoe
De werper
De 7-meterworp wordt altijd na een fluitsignaal genomen als schot op het doel. Hoe snel dat na het fluitsignaal moet lees je in les 12 van de cursus. De werper staat achter de 7-meterlijn, hoogstens 1 meter erachter. Na het fluitsignaal raakt hij de lijn niet aan en komt hij er niet overheen voordat de bal zijn hand heeft verlaten. Daarna mogen hij en zijn medespelers de bal pas weer spelen als die een tegenstander of het doel heeft geraakt. Een bal die terugkomt van de doelverdediger of de paal is dus direct speelbaar.
De medespelers
De medespelers van de werper staan buiten de vrijeworplijn tot de bal de hand van de werper heeft verlaten. Doen zij dat niet, dan krijgt de tegenstander een vrije worp.
De tegenstanders
De tegenstanders staan buiten de vrijeworplijn en op minstens 3 meter van de 7-meterlijn tot de bal de hand van de werper heeft verlaten. Staat een verdediger te dichtbij en gaat de bal niet in het doel, dan wordt de 7-meterworp overgenomen. Gaat de bal er wel in, dan telt het doelpunt. Een persoonlijke straf volgt niet.
De doelverdediger blijft achter de doelverdedigersgrenslijn tot de bal de hand van de werper heeft verlaten. Dat las je in les 5 van de cursus. Komt hij te vroeg over de lijn, dan wordt de worp overgenomen, tenzij er gescoord werd. Ook dan volgt er geen persoonlijke straf.
Zodra de werper met de bal in de hand op de juiste plaats klaarstaat, mag het verdedigende team niet meer van doelverdediger wisselen. Een poging daartoe bestraf je als onsportief gedrag.

Op de tekening zie je wie waar staat bij de 7-meterworp. Een fout van het werpende team kost de worp. Een foute opstelling van de verdediging geeft hooguit een nieuwe kans.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Tijdens de opbouw van rood houdt Bas (blauw) Anna (rood) kort vast aan haar shirt. Anna speelt de bal toch direct naar Chris (rood), die vrij staat, en de aanval van rood loopt gewoon door. Wat doe je?
Doorspelen; een persoonlijke straf voor Bas kan na afloop van de situatie nog volgen. De scheidsrechters grijpen bij een overtreding van de verdediging pas in als duidelijk is dat het aanvallende team daardoor balbezit verliest of de aanval niet kan voortzetten. Levert direct onderbreken nadeel op, dan wordt een persoonlijke straf uitgesteld tot na afloop van de situatie.
Anna (rood) maakt een loopfout. Direct daarna valt de bal bij Dana (blauw), die meteen de tegenaanval start. Wat doe je?
Doorspelen, geen vrije worp. Komt het verdedigende team direct na een overtreding van het aanvallende team in balbezit, dan geven de scheidsrechters geen vrije worp.
Bas (blauw) duwt Anna (rood) weg terwijl zij tussen de doelgebiedlijn en de vrijeworplijn van blauw staat. Anna had geen vrije doelkans. Je fluit. Waar wordt de vrije worp genomen?
Op de dichtstbijzijnde plaats direct buiten de vrijeworplijn van blauw. Een vrije worp kan nooit binnen de vrijeworplijn van de tegenstander worden genomen. De plaats wordt verschoven naar de dichtstbijzijnde plek direct erbuiten.