De doelverdediger en het doelgebied: wie er in mag en wat er gebeurt als iemand er toch in komt
Alleen de doelverdediger mag in het doelgebied, ook met een voet op de doelgebiedlijn. Komt een aanvaller met de bal erin, dan volgt een uitworp. Komt een verdediger erin en heeft hij daar voordeel van, dan volgt een vrije worp, en verhindert hij zo een vrije doelkans, dan volgt een 7-meterworp. Erin zonder bal en zonder voordeel is geen overtreding. Een rollende bal in het doelgebied is nog in het spel, een stilliggende of gevangen bal geeft een uitworp.
Wat de doelverdediger mag
In het doelgebied mag bijna alles
De doelverdediger, in de zaal de keeper, is de enige speler die in het doelgebied mag zijn. Daar mag hij bij het afweren de bal met elk lichaamsdeel aanraken, dus ook met de voet en het onderbeen. Hij mag zich daar met de bal vrij bewegen. De beperkingen in tijd en passen voor veldspelers gelden voor hem in het doelgebied niet. Die leer je in les 6 van de cursus. Alleen de uitworp mag hij niet vertragen. Hoe de uitworp gaat lees je in les 10 van de cursus.
Meespelen als veldspeler
De doelverdediger mag het doelgebied zonder bal verlaten en op het speelveld meedoen. Vanaf dat moment gelden voor hem dezelfde regels als voor een veldspeler. Het doelgebied is verlaten zodra hij met een deel van zijn lichaam de vloer buiten de doelgebiedlijn raakt. Heeft hij de bal of zijn lichaam niet onder controle gekregen dan mag hij het doelgebied ook verlaten en daarbuiten verder spelen. Denk aan een bal die hij wegtikt en achterna gaat, of aan een vangbal waarbij zijn vaart hem over de lijn draagt.
Soms komt hij uit zijn doelgebied om een bal te vangen die voor een tegenstander bedoeld is. Hij is dan verantwoordelijk voor de veiligheid van die tegenstander. Veroorzaakt hij met of zonder bal een botsing dan volgt een diskwalificatie. Daarover lees je meer in les 9 van de cursus.
Wat de doelverdediger niet mag
Buiten het doelgebied is de doelverdediger een gewone speler. De grens is de doelgebiedlijn. Daar gaan de meeste overtredingen van de doelverdediger over.
| Wat je ziet | Wat je beslist |
|---|---|
| de doelverdediger brengt bij het afweren een tegenstander in gevaar | vrije worp en een persoonlijke straf naar de zwaarte uit les 9 van de cursus |
| de doelverdediger verlaat het doelgebied met bal en lichaam onder controle | vrije worp als er al was gefloten voor de uitworp; anders de uitworp overnemen |
| de doelverdediger raakt vanuit het doelgebied een bal aan die buiten het doelgebied ligt of rolt | vrije worp |
| de doelverdediger haalt een bal die buiten het doelgebied ligt of rolt naar binnen | vrije worp |
| de doelverdediger komt met de bal vanuit het speelveld terug het doelgebied in | vrije worp |
| de doelverdediger raakt een bal die richting het speelveld rolt met voet of onderbeen | vrije worp |
| bij een 7-meterworp gaat de doelverdediger over de 4-meterlijn voordat de bal de hand van de werper heeft verlaten | de 7-meterworp wordt overgenomen, tenzij er een doelpunt viel; geen persoonlijke straf |
Elke vrije worp in deze tabel is voor de tegenstander. Let bij de tweede regel op het voordeel. Soms passeert de doelverdediger met de bal in de hand de lijn en verliest hij de bal direct aan de tegenstander. Dan laat je doorspelen.
Eén voet op de lijn
Bij de 7-meterworp telt de voet op de grond. De doelverdediger houdt één voet op of achter de 4-meterlijn op de grond. Zolang dat zo is mag hij de andere voet of een ander lichaamsdeel in de lucht over de lijn bewegen.
Het doelgebied: wie erin mag
Betreden is aanraken
Het doelgebied is van de doelverdediger. De doelgebiedlijn hoort erbij. Een veldspeler heeft het doelgebied betreden zodra hij de lijn of het gebied met een deel van zijn lichaam aanraakt. In de zaal heet het gebied de cirkel. Het regelboek zegt doelgebied en zo noemen wij het ook. De lucht erboven is vrij. Een bal die boven het doelgebied in de lucht is mag je gewoon spelen. Dat mag zolang je de lichaamsdelen gebruikt die je in les 6 van de cursus leert.

Op de tekening zie je drie keer het doelgebied van rood. Links staat een aanvaller van blauw met de bal met één voet op de doelgebiedlijn. Dat is een uitworp voor rood. In het midden loopt een verdediger van rood zonder bal door het doelgebied en komt zo sneller bij een aanvaller. Dat is een vrije worp voor blauw. Rechts stapt een verdediger van rood het doelgebied in en houdt zo een aanvaller tegen die vrij voor het doel staat. Dat is een 7-meterworp voor blauw.
Drie uitkomsten
| Wie betreedt het doelgebied | Wat je beslist |
|---|---|
| een aanvaller met de bal, of zonder bal maar met voordeel | uitworp |
| een verdediger die er voordeel uit haalt zonder een doelkans te verhinderen | vrije worp |
| een verdediger die daarmee een vrije doelkans verhindert | 7-meterworp |
De eerste vraag is dus: aanvaller of verdediger. Bij een aanvaller met de bal is het antwoord een uitworp. Bij een verdediger kijk je of hij er voordeel uit haalt en of dat voordeel een vrije doelkans kost. Wat een vrije doelkans is lees je in les 11 van de cursus. Een verdediger die om tactische redenen steeds opnieuw het doelgebied in stapt krijgt bovendien een persoonlijke straf voor onsportief gedrag. Daarover gaat les 9 van de cursus.
Wanneer je niet fluit
Niet elk contact met het doelgebied is een overtreding. Je fluit niet als een speler het doelgebied betreedt nadat hij de bal heeft gespeeld, zolang de tegenstander daar geen nadeel van heeft. Denk aan de aanvaller die zich vóór de lijn afzet, in de lucht schiet en pas daarna in het doelgebied landt. Je fluit ook niet als een speler zonder bal het doelgebied betreedt en zich daar geen voordeel mee verschaft. Dat geldt voor de spelers van beide teams. Denk aan de verdediger die na een duel een stap over de lijn zet en meteen weer terug is. De vraag is dus steeds: met bal of zonder bal, en levert het voordeel op?
De bal in het doelgebied
Uit het spel
De bal is uit het spel zodra de doelverdediger de bal en zijn lichaam onder controle heeft in zijn doelgebied. De bal is ook uit het spel als hij stil ligt op de grond in het doelgebied. In beide gevallen volgt een uitworp. Hoe die wordt genomen lees je in les 10 van de cursus. Een bal die stil ligt moet de doelverdediger oppakken en in het spel brengen. Raakt een andere speler van welk team ook die stilliggende bal aan dan blijft het een uitworp.
Rollen is nog in het spel
Rolt de bal over de grond in het doelgebied dan is hij nog in het spel. De bal is dan van het team van de doelverdediger, en alleen de doelverdediger mag hem aanraken. Pakt hij hem op dan is de bal uit het spel en volgt een uitworp. Raakt een teamgenoot van de doelverdediger de rollende bal aan dan is dat een vrije worp voor de tegenstander. Raakt een tegenstander hem aan dan is het een uitworp.
Na een blok en terug het veld in
Soms raakt een verdediger bij een verdedigingsactie de bal. Vangt de doelverdediger hem daarna of blijft de bal in het doelgebied liggen dan gaat het spel verder met een uitworp. Een bal die uit het doelgebied terug het speelveld in komt, blijft in het spel. Stopt de doelverdediger een schot en stuit de bal terug naar een aanvaller dan is die bal gewoon in het spel. De doelgebiedlijn helpt hem dan niet. Een rollende bal is in het spel en een stilliggende of gevangen bal is uit het spel. Dat onderscheid bepaalt je beslissing.
De bal het eigen doelgebied in
Speelt een verdediger onder druk de bal naar zijn eigen doelverdediger dan zijn er vier uitkomsten.
| De bal wordt het eigen doelgebied in gespeeld en | Wat je beslist |
|---|---|
| passeert de doellijn | doelpunt voor de tegenstander |
| blijft in het doelgebied liggen, of de doelverdediger raakt hem aan zonder dat hij in het doel komt | vrije worp voor de tegenstander |
| gaat over de achterlijn | inworp voor de tegenstander |
| doorkruist het doelgebied en komt terug in het speelveld zonder dat de doelverdediger hem raakt | doorspelen |
De terugspeelbal naar de doelverdediger is dus bijna altijd een vrije worp voor de tegenstander en bij pech een doelpunt.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Doelverdediger Dana (rood) vangt een schot in haar doelgebied, brengt bal en lichaam onder controle en loopt met de bal in de hand over de doelgebiedlijn het speelveld in. De scheidsrechters hadden niet gefloten voor de uitworp. Wat beslis je?
De uitworp opnieuw laten nemen. De doelverdediger mag het doelgebied niet verlaten met de bal onder controle. Was er niet gefloten voor de uitworp dan wordt de uitworp gewoon opnieuw genomen.
Aanvaller Bas (blauw) zet zich af vóór de doelgebiedlijn van rood, zonder de lijn te raken, schiet in de lucht en landt daarna in het doelgebied. De bal gaat in het doel. Rood had geen nadeel van de landing. Wat beslis je?
Doelpunt voor blauw. Het betreden van het doelgebied wordt niet bestraft als een speler het betreedt nadat hij de bal heeft gespeeld en dit geen nadeel oplevert voor de tegenstander. De bal was volgens de regels in het doel.
Aanvaller Chris (blauw) staat met de bal in de hand en zet bij een schijnbeweging één voet op de doelgebiedlijn van rood. Wat beslis je?
Uitworp voor rood. De doelgebiedlijn hoort bij het doelgebied en het is betreden zodra een veldspeler het met een deel van zijn lichaam aanraakt. Een aanvaller die met de bal het doelgebied betreedt levert een uitworp op.