HANDBAL 58 — Leer en Speel

Het duel: hoeveel contact mag er zijn?

Dit is les 8 van de 18, precies zoals hij in de cursus staat. Lees hem door, maak de zeven oefenvragen en neem de memokaart mee naar de zaal. Gratis, zonder account. Bevalt het? Dan heb je de andere zeventien lessen voor 29,95, of vanaf 14,99 per speler samen met je kind of je hele team. Ontvang direct je toegangscode en begin meteen.

Start direct vanaf € 14,99 per speler

Contact hoort erbij, tot een grens

Dit beheers je na deze les

  • Je weet welk contact in een duel mag en welk contact een overtreding is.
  • Je bepaalt met de vier criteria of er een persoonlijke straf bij hoort.
  • Je kunt sperren en verdedigen op een manier die geen vrije worp oplevert.

Drie vragen bij elk duel

Handbal is een contactsport. Spelers lopen tegen elkaar op en zetten een sper. Ze houden een tegenstander af en vechten om positie. De scheidsrechter stelt bij elk duel de volgende vragen en houdt deze volgorde aan. Was het contact toegestaan? Zo niet, met welke worp gaat het spel verder? En hoort er voor de speler die de overtreding maakte een persoonlijke straf bij? Deze les gaat over die vragen. De zwaarste straffen krijgen een eigen les in les 9. Hoe de straffen optellen lees je in les 13.

 

Wat mag

Het regelboek noemt drie dingen die je in een duel mag doen.

  • De bal met een geopende hand uit de hand van een tegenstander spelen. Met een open hand grijp je niet en sla je niet.
  • Met gebogen armen lichaamscontact maken met een tegenstander en hem zo controleren en begeleiden. Je handen staan voor je en je beweegt met de aanvaller mee.
  • De romp gebruiken om een tegenstander te sperren in een strijd om positie.

Sperren betekent dat je een tegenstander verhindert om in de vrije ruimte te lopen. Bij een sper doe je niets tegen de tegenstander. Je staat op je plek en blijft staan, en je loopt er weer uit zonder te duwen of vast te pakken. Dat geldt voor het zetten van de sper, je gedrag tijdens de sper en het weglopen eruit.

 

Wat niet mag

Vier dingen zijn een overtreding. Daarop volgt een vrije worp voor de tegenstander, of een 7-meterworp als een vrije doelkans wordt verhinderd. Normaal gesproken hoort er geen persoonlijke straf bij.

  • De bal uit de handen van een tegenstander trekken of slaan.
  • Een tegenstander sperren met armen, handen of benen, of hem wegdringen met het lichaam. Ook de elleboog gevaarlijk gebruiken hoort hierbij, zowel bij het innemen van een positie als tijdens een beweging.
  • Een tegenstander bij het lichaam of het shirt vasthouden, ook als hij gewoon verder kan spelen.
  • Tegen een tegenstander aanlopen of tegen hem aanspringen.

De woorden "normaal gesproken" zijn belangrijk. Bij elk van deze vier kijk je daarna naar de criteria uit het volgende stuk. Dezelfde overtreding kan namelijk wel een straf verdienen.

Wanneer het een persoonlijke straf wordt

Op de bal of op het lichaam

De scheidslijn ligt bij het lichaam van de tegenstander. Is de actie overwegend of uitsluitend daarop gericht, dan hoort er naast de vrije worp of 7-meterworp ook een persoonlijke straf voor de speler bij. Die straf is minstens progressief. De eerste keer is het een waarschuwing, daarna een tijdelijke uitsluiting en daarna een diskwalificatie. Hoe die telling precies werkt en wat een team dan doet lees je in les 13.

 

Boven die progressieve straf staan drie zwaardere niveaus. Sommige overtredingen zijn direct een tijdelijke uitsluiting, andere een diskwalificatie en de zwaarste een diskwalificatie met een schriftelijk rapport. Die lees je in les 9. In deze les leer je de onderkant: wanneer een vrije worp genoeg is en wanneer er een waarschuwing bij hoort.

 

De vier beoordelingscriteria

Het regelboek gebruikt vier criteria om te bepalen hoe zwaar een overtreding is. Afhankelijk van de situatie combineer je ze.

 

CriteriumWaar je naar kijkt
positievan waar maakt de speler de overtreding: frontaal, van opzij of van achteren
lichaamsdeelwaarop is de actie gericht: bovenlichaam, werparm, benen, of hoofd, keel en nek
dynamiekhoe intensief is de overtreding, en is de tegenstander in volle beweging
effectwat doet het met lichaam en balcontrole, met de bewegingsvrijheid en met de voortgang van het spel

 

Daarnaast weegt de spelsituatie mee. Gebeurt het tijdens een schot, op het moment dat een aanvaller vrijkomt of bij hoge loopsnelheid? Hoe kwetsbaarder de tegenstander, hoe zwaarder dezelfde actie telt.

Beslisschema met vier vakken naast elkaar: positie (frontaal, van opzij, van achteren), lichaamsdeel (bovenlichaam, werparm, benen, hoofd, keel of nek), dynamiek (stilstaand, in beweging, op volle snelheid) en effect (bal en lichaam, bewegingsvrijheid, voortgang van het spel), plus de spelsituatie; daaronder vier uitkomsten van licht naar zwaar: geen persoonlijke straf, progressief, direct een tijdelijke uitsluiting, en diskwalificatie met of zonder schriftelijk rapport

Op de tekening zie je de vier criteria als vier vakken naast elkaar. Onder elk vak staat waar je op let. Daaronder staan vier uitkomsten van licht naar zwaar: geen persoonlijke straf, een progressieve straf, direct een tijdelijke uitsluiting en een diskwalificatie met of zonder rapport. Je leest de vakken van links naar rechts.

Dezelfde actie, een andere straf

Drie voorbeelden laten zien hoe de criteria werken. Telkens is de actie dezelfde en toch valt de beslissing anders uit.

 

Vasthouden

Dana van blauw pakt Anna van rood van opzij kort bij het shirt. Anna blijft in balans maar moet haar pass afbreken. De positie is van opzij en het lichaamsdeel is het bovenlichaam. De dynamiek is laag. Het effect is klein: Anna wordt even geremd en houdt de bal. Je geeft een vrije worp voor rood zonder persoonlijke straf.

 

Nu pakt Dana Anna van achteren bij de romp op het moment dat Anna haar schotbeweging inzet. Anna verliest de bal. Dana komt van achteren en Anna ziet haar niet aankomen. Ze pakt de romp terwijl Anna in beweging is voor een schot. Het effect is balverlies en geen schot. Deze actie is op het lichaam gericht. Je geeft een vrije worp voor rood en een waarschuwing voor Dana, als dit haar eerste is.

 

Sperren

Chris van rood zet met de romp een sper voor Bas van blauw en blijft staan. Bas loopt tegen hem aan. Je laat doorspelen, want dit is toegestaan sperren.

 

Chris zet dezelfde sper, maar steekt zijn arm uit om Bas tegen te houden als die eromheen wil. Nu geef je een vrije worp voor blauw zonder persoonlijke straf.

 

Chris zet de sper en drukt Bas met de elleboog en het lichaam weg om zijn plek te houden. Bas gaat achterover. Deze actie is met de elleboog op het lichaam gericht en heeft effect. Je geeft een vrije worp voor blauw en een waarschuwing voor Chris, als hij er nog geen heeft.

 

De werparm

Bas van blauw legt zijn hand frontaal op de bal in de hand van Anna van rood als zij wil schieten. Hij speelt de bal weg. Je laat doorspelen, want de open hand op de bal mag.

 

Bas slaat frontaal op de werparm van Anna op het moment van het schot, zodat de bal uit haar hand valt. Hij raakt de werparm en dat gebeurt tijdens een schot. Deze actie is op het lichaam gericht. Je geeft een vrije worp voor rood en een waarschuwing voor Bas, als hij er nog geen heeft. Slaat hij hard, dan wordt het een van de zwaardere niveaus uit les 9.

Wat je dan beslist

Je beslissing heeft altijd twee delen. Het eerste deel is de worp. Dat is een vrije worp voor de tegenstander, in principe op de plaats van de overtreding. Verhinderde de overtreding een vrije doelkans, dan wordt het een 7-meterworp. Wat een vrije doelkans precies is en hoe de vrije worp wordt genomen lees je in les 11. Het tweede deel is de persoonlijke straf voor de speler die de overtreding maakte, als de criteria daarom vragen. Je fluit eerst, wijst dan de richting aan en geeft daarna de straf.

 

Eén regel over voordeel hoort hier nog bij. Moet er een persoonlijke straf komen, dan mag je direct onderbreken als dat geen nadeel geeft voor het team waartegen de overtreding werd gemaakt. Soms geeft onderbreken wel nadeel, bijvoorbeeld omdat de bal al bij een vrijstaande teamgenoot is. Dan laat je doorspelen en geef je de straf zodra de situatie voorbij is. De straf vervalt niet, hij wacht.

Techniek en tactiek: duelleren zonder vrije worp

Als aanvaller

Zet je sper met de romp. Je gaat staan op de lijn waar de verdediger wil lopen, je houdt je armen bij je lichaam en je blijft staan. Komt de verdediger tegen je aan, dan is dat toegestaan sperren. Beweeg je mee met je armen of je heup om hem tegen te houden, dan maak jij de overtreding. Uit de sper loop je weg zonder te duwen. Bij een schot of doorbraak zoek je het contact met de schouder en de romp en niet met de elleboog.

 

Als verdediger

Verdedig frontaal. Een verdediger die van achteren of van opzij ingrijpt scoort op het eerste criterium meteen slecht. Je armen zijn gebogen en je open handen staan voor je op de hoogte van de romp van de aanvaller. Zo controleer en begeleid je hem. Laat hij de bal zakken, dan kun je die met een open hand wegspelen. Je grijpt niet, trekt niet aan het shirt en slaat niet op de arm. Blijf op je voeten en beweeg met de aanvaller mee. Wie te laat is en moet grijpen maakt de overtreding.

 

Actief verdedigen

Het regelboek beschrijft een verdedigende speelstijl die het beloont: actief verdedigen. Je zet druk op de aanval zonder het spel te onderbreken, dus zonder overtredingen en zonder vrije worpen tegen. Je valt passlijnen aan en sluit ruimte af. Je dwingt aanvallers achteruit zodat ze een pass niet goed kunnen aannemen. Je verstoort het tempo en het ritme van hun acties en lokt ongeplande passes en schoten uit. Het regelboek vraagt de scheidsrechters om zo'n verdediging altijd mee te wegen. Het verschil met een verdediging die op overtredingen leunt zie je aan de handen. Die zijn open en voor het lichaam, of ze grijpen en trekken.

Actiepunten voor in de zaal
  1. Als speler: let een training lang op je handen in het duel. Een open hand op de bal en gebogen armen op de romp mogen, grijpen en slaan niet. Je merkt dan hoeveel minder vrije worpen je tegen krijgt.
  2. Als beginnend scheidsrechter: stel bij elk duel de vragen uit deze les in de goede volgorde: mag het, welke worp en straf of niet. Loop de vier criteria pas na als je bij de laatste vraag bent.
  3. Als coach: kijk bij je verdedigers naar de positie. Wie van achteren of van opzij ingrijpt zit altijd dicht bij een persoonlijke straf. Leer ze frontaal te komen.

Wie dit beheerst snapt waarom dezelfde actie de ene keer een vrije worp is en de andere keer een straf. Dat is wat de eindtoets vraagt.

Memokaart

De vijf dingen die je uit deze les moet onthouden:

  1. Open hand op de bal, gebogen armen op de romp en sperren met de romp mogen.
  2. Trekken of slaan, vasthouden, aanlopen en sperren met de armen mag niet.
  3. Een actie op het lichaam geeft naast de worp ook een persoonlijke straf.
  4. Je beoordeelt positie, lichaamsdeel, dynamiek en effect, plus de spelsituatie.
  5. Actief verdedigen is druk zetten zonder overtreding, en dat wordt beloond.
Memokaart van les 8 met de vijf punten over het duel

Print deze kaart of neem hem mee op je telefoon.


Zeven vragen, direct antwoord

0 van 7 beantwoord

Zo leer je de rest van de regels

Deze les was er één van achttien. In de cursus krijg je ze allemaal, met de oefenvragen, de memokaarten, onbeperkt proefexamens van 25 vragen en als pluspunt de techniek, de tactiek en de etiquette. Een jaar toegang, direct na je betaling.

1 speler

1 toegangscode

€29,95

 

  • Direct beginnen
  • Een jaar toegang
  • Inclusief btw
Binnenkort te bestellen

2 spelers

2 toegangscodes

€39,95

€ 19,98 per speler

  • Direct beginnen
  • Een jaar toegang
  • Inclusief btw
Binnenkort te bestellen
Voordeligst

4 spelers

4 toegangscodes

€59,95

€ 14,99 per speler

  • Direct beginnen
  • Een jaar toegang
  • Inclusief btw
Binnenkort te bestellen

Elk pakket geeft twaalf maanden toegang tot de hele cursus, met één toegangscode per speler, direct na je betaling. De regels in de cursus komen uit de spelregels van het Nederlands Handbal Verbond (NHV), afgeleid van de IHF-spelregels, met het wedstrijdreglement van het NHV. Het NHV neemt de eindtoets van het spelregelbewijs af; deze cursus bereidt je daarop voor. De cursus zelf is gemaakt door Bert van Doorn, opleider van beroep, die met LOKAAL 58 meer dan 10.000 opsporingsambtenaren opleidde via een online leeromgeving zoals deze. Je rekent af bij BRIDGE 58 B.V., het bedrijf achter HANDBAL 58, met iDEAL of een kaart, inclusief btw.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler

Bekijk de pakketten

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de spelregels, de techniek en de tactiek van dat spel.