HANDBAL 58 — Leer en Speel

Het speeloppervlak: 40 bij 20 meter, het doel en welke lijn waar bij hoort

Het speeloppervlak is 40 bij 20 meter en het doel is 3 bij 2 meter. Elke lijn hoort bij het vlak dat hij begrenst: wie met zijn voet op de doelgebiedlijn staat, staat in het doelgebied, en een bal op de zijlijn is nog niet uit. De doelgebiedlijn ligt op 6 meter van het doel en de streeplijn van de vrije worp op 9 meter. De 7-meterlijn is 1 meter lang en de 4-meterlijn 15 centimeter. Hieronder staan alle lijnen, met de tekeningen en de maten.

Een rechthoek met twee doelgebieden

Veertig bij twintig

Het speeloppervlak is een rechthoek van 40 meter lang en 20 meter breed. Het bestaat uit een speelveld en twee doelgebieden: het speelveld is alles wat tussen de twee doelgebieden ligt. De lange lijnen heten zijlijnen. De korte lijnen heten achterlijnen, behalve het stuk tussen de doelpalen: dat is de doellijn. Een bal over de achterlijn is dus iets anders dan een bal over de doellijn. Waarom dat verschil telt lees je in les 10 van de cursus.

Rond het speeloppervlak hoort een veiligheidszone vrij te blijven: minstens 1 meter naast de zijlijnen en 2 meter achter de achterlijnen. Niemand mag het speelveld veranderen in het voordeel van een team.

Het speeloppervlak van bovenaf: een rechthoek van 40 bij 20 meter met zijlijnen, achterlijnen, de middenlijn, twee doelen met doelgebieden, de vrijeworplijnen, de 7-meterlijnen, de 4-meterlijnen en langs een zijlijn de wissellijnen met de tafel en de banken

Op de tekening zie je het hele speeloppervlak van bovenaf. Aan beide korte kanten staat een doel met daarvoor het doelgebied en de streeplijn van de vrijeworplijn. In het midden loopt de middenlijn. Langs een zijlijn zie je de twee wissellijnen met de tafel ertussen en de banken ernaast. De tafel staat dichter bij de zijlijn dan de banken. De maten staan erbij.

Het doel

In het midden van elke achterlijn staat een doel van 3 meter breed en 2 meter hoog. Het doel moet vastzitten aan de vloer of aan de muur. De twee palen en de lat zijn vierkant en 8 centimeter dik. De achterkant van de palen valt samen met de achterkant van de doellijn. De drie zijden die je vanuit het veld ziet zijn geverfd in twee contrasterende kleuren die ook goed afsteken tegen de achtergrond. Elk doel heeft een net dat zo is opgehangen dat een bal die erin gaat normaal gesproken in het doel blijft liggen.

Het doel van voren: een rood-wit geverfd doel met net, met een maatlijn van 3 meter tussen de binnenkanten van de palen en een maatlijn van 2 meter van de vloer tot de onderkant van de lat

Op de tekening zie je het doel van voren. De 3 meter breedte en de 2 meter hoogte meet je aan de binnenkant van de palen en de lat.

De lijn hoort bij het vlak

Alle lijnen horen bij het vlak dat zij begrenzen. De doellijn tussen de palen is 8 centimeter breed, net zo breed als de palen. Alle andere lijnen zijn 5 centimeter breed. In plaats van een lijn mag een zaal ook twee kleuren naast elkaar gebruiken, bijvoorbeeld een doelgebied in een andere kleur dan het speelveld.

De doelgebiedlijn hoort bij het doelgebied: een veldspeler die met zijn voet op die lijn staat staat in het doelgebied. De zijlijn en de achterlijn horen bij het speeloppervlak: een bal op de zijlijn is nog niet uit. De doellijn hoort bij het doelgebied en niet bij het doel. Daarom moet een bal in zijn volle omvang over de doellijn zijn voordat het een doelpunt is.

Het doelgebied en de lijnen ervoor

Het doelgebied

Voor elk doel ligt het doelgebied. In de zaal heet het meestal de cirkel, al lijkt de vorm meer op een D. Het bestaat uit een rechte lijn van 3 meter lang op 6 meter voor het doel, evenwijdig aan de doellijn. Twee kwartcirkels met een straal van 6 meter verbinden die rechte lijn met de doellijn. Het middelpunt van elke kwartcirkel ligt aan de binnenkant van de achterzijde van de doelpaal. Samen vormen de rechte lijn en de twee bogen de doelgebiedlijn. Die lijn hoort bij het doelgebied. De 6 meter meet je van de achterkant van de doellijn tot de voorkant van de doelgebiedlijn.

De vrijeworplijn

Op 3 meter buiten de doelgebiedlijn loopt de vrijeworplijn, in de zaal de negenmeterlijn. Het is een streeplijn: de strepen zijn 15 centimeter lang en de tussenruimtes ook. Hij loopt op 9 meter van het doel evenwijdig aan de doelgebiedlijn. Bij een vrije worp blijven de aanvallers buiten deze lijn. De verdedigers mogen dan direct buiten hun doelgebiedlijn staan. Hoe dat precies werkt lees je in les 11 van de cursus.

De 7-meterlijn en de 4-meterlijn

Recht voor het doel liggen nog twee korte streepjes. De 7-meterlijn is 1 meter lang en ligt op 7 meter voor het doel: daarachter staat de werper bij een 7-meterworp. De doelverdedigersgrenslijn is maar 15 centimeter lang en ligt op 4 meter voor het doel. Dat is de 4-meterlijn: de grens die de doelverdediger bij een 7-meterworp niet mag overschrijden voordat de bal de hand van de werper heeft verlaten.

Het doel en het doelgebied van bovenaf: het doel van 3 bij 2 meter, de doelgebiedlijn met het rechte stuk van 3 meter op 6 meter en de twee kwartcirkels, de streeplijn van de vrijeworplijn op 9 meter, de 7-meterlijn van 1 meter en de 4-meterlijn van 15 centimeter

Op deze tekening is op een doel ingezoomd. Je ziet het doel met de doellijn tussen de palen en de doelgebiedlijn met het rechte stuk en de twee bogen. Erbuiten ligt de streeplijn van de vrijeworplijn. Recht voor het doel liggen de 7-meterlijn en het korte streepje van de 4-meterlijn.

De middenlijn, de wissellijn en de tafel

De middenlijn verbindt de middens van de twee zijlijnen en verdeelt het speeloppervlak in twee helften. Vanaf die lijn wordt bij het begin van elke helft en na elk doelpunt de beginworp genomen.

De wissellijn is een stuk van de zijlijn. Voor elk team loopt hij aan de kant van de eigen bank vanaf de middenlijn tot 4,5 meter daarvandaan. Op dat punt staat aan weerszijden van de zijlijn een dwarsstreepje van 15 centimeter. Alleen over dat stuk zijlijn mag je het veld verlaten en betreden bij een wissel. Dat geldt ook voor de doelverdediger. De regels voor het wisselen zelf en voor de wisselzone lees je in les 4 van de cursus.

De tafel van de tijdwaarnemer en de secretaris staat tussen de twee wissellijnen. De banken van de teams staan ernaast. Ze staan zo dat de tafel de wissellijnen goed kan zien. De tafel staat dichter bij de zijlijn dan de banken en minstens 50 centimeter buiten de zijlijn.

Wat in jouw zaal nog niet op de vloer staat

Op televisie zie je in het midden van het veld een rond vak of een getrokken ring van 4 meter doorsnee. Dat is het beginworpgebied en bij die wedstrijden wordt de beginworp daaruit genomen. Langs de zijlijn zie je ook de coachingszone. Die begint op 3,5 meter vanaf de middenlijn en eindigt op 8 meter van de achterlijn. Daar mag een teamofficial staan. In Nederland geldt het beginworpgebied op dit moment alleen in de hoogste competities. Volgens handbal.nl geldt dat nu ook voor de coachingszone. Ook volgens handbal.nl worden beide op alle niveaus verplicht vanaf het seizoen 2027-2028, dat begint op 1 juli 2027.

Welke lijn bij welke worp

Elke worp hoort bij een lijn. Weet je waar de bal uit het spel ging of waar de overtreding was dan weet je welke worp volgt en waar.

WorpWaarWelke lijn telt
beginworpop het midden van het speeloppervlakde middenlijn: de werper staat met een voet op de lijn
inworpmeestal waar de bal over de zijlijn gingde zijlijn: de werper houdt een voet op de lijn
uitworpvanuit het doelgebied, door de doelverdedigerde doelgebiedlijn: de bal moet er helemaal overheen
vrije worpin principe op de plaats van de overtreding, maar nooit binnen de vrijeworplijn van de tegenstanderde vrijeworplijn: de aanvallers blijven erbuiten tot de worp is genomen
7-meterworpachter de 7-meterlijnde 7-meterlijn voor de werper, de 4-meterlijn voor de doelverdediger

In les 10, 11 en 12 van de cursus leer je hoe elke worp wordt genomen, met het fluitsignaal en de fouten die je erbij fluit.

Situaties in de zaal

Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.

Anna (rood, veldspeler) staat bij een aanval met de bal in haar handen en met een voet precies op de doelgebiedlijn van blauw, nergens anders in het doelgebied. Staat zij volgens de regels in het doelgebied?

Ja, de doelgebiedlijn hoort bij het doelgebied. Alle lijnen horen bij het vlak dat zij begrenzen, en het doelgebied inclusief de doelgebiedlijn is betreden zodra een veldspeler het met een lichaamsdeel aanraakt.

Bij de controle voor de wedstrijd ziet de scheidsrechter dat een doel los op de vloer staat en bij elke aanraking verschuift. Wat doet hij?

Hij laat het doel eerst verankeren voordat de wedstrijd begint. De doelen moeten verankerd zijn aan de grond of aan de muur, en de scheidsrechters zijn voor de wedstrijd verantwoordelijk voor de controle van het speelveld en de doelen.

Dana (blauw) wijst naar de streeplijn rond het doelgebied en vraagt wat dat voor lijn is. Wat is het antwoord?

De vrijeworplijn, een streeplijn op 3 meter buiten de doelgebiedlijn, dus op 9 meter van het doel. De vrijeworplijn wordt op 3 meter evenwijdig aan de doelgebiedlijn getrokken, met strepen en tussenruimtes van 15 centimeter.

Wil je meer dan alleen deze regel kennen?

Ken de lijnen zo goed dat je tijdens de wedstrijd niet meer hoeft te twijfelen of een voet in het doelgebied staat. Deze regel geeft antwoord op één situatie. Met de complete cursus begrijp je hoe spelregels, spelsituaties en beslissingen samenhangen. Zo sta je met meer zekerheid op het veld, op de tribune of aan de tafel, en voorkom je onnodige discussie.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler

Bekijk de pakketten

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de spelregels, de techniek en de tactiek van dat spel.